Richtlijnen

Stap voor stap naar het beste resultaat
3D-printen staat bekend om de ongekende ontwerpvrijheid. Toch geven we enkele richtlijnen en ‘best-uses’ om teleurstellingen te voorkomen, kwaliteit te verbeteren en kosten te verlagen.

Startpunt

In uw CAD-software exporteert u een .stl bestand. Als we de parallel naar conventioneel printen trekken, is dit een soort .pdf bestand voor 3D-modellen. Dit bestand stuurt u in via ons orderformulier en wij maken zo snel mogelijk uw offerte.

Vertaling

Onze software deelt uw .stl bestand op in lagen. Vervolgens worden contouren en vullingen berekend en eventueel supportmateriaal toegevoegd. Dit laatste zorgt ervoor dat complexe en bewegende delen in één keer geprint kunnen worden.

Laagdikte

Afhankelijk van de printkwaliteit die u kiest, worden modellen opgebouwd uit lagen van 0,33 tot 0,12 mm. Hierdoor blijft - vooral op facetten en radii - altijd enige vertekening zichtbaar. Dit kan worden weggewerkt door het model te schuren, polijsten of lakken.

Maximale afmeting

De maximale afmeting waarin onderdelen uit één stuk kunnen worden geprint is 600 mm (diep), 900 mm (breed) tot 900 mm (hoog). Is uw model groter dan kan het worden opgedeeld en vervolgens verlijmd of samengevoegd door zgn. ‘press-fits’.

Minimale afmeting

De minimale laagdikte houdt ook in dat er een minimumafmeting ‘printbaar’ is. Als richtlijn hanteren we hiervoor 20 x 20 x 20 mm. De theoretische minimum wanddikte is 0,81 mm, veiligheidshalve adviseren wij een minimum van 1,04 mm.

Bewegende delen

Samengestelde producten kunnen in één print geassembleerd geproduceerd worden. De theoretische minimumafstand tussen de bewegende vlakken is 0,178 mm, wederom hanteren wij veiligheidshalve een afstand van 0,6 mm. Voor ‘press-fits’ adviseren wij 0,127 mm, voor ‘slip-fits’ 0,254 mm.